Alle plaatjes op deze bladzijde zijn bijdragen van Dr. Bernd Frassek.
Fig. 1: Tekening van een grootcirkel op een bol

Een grootcirkel is een speciale cirkel op het oppervlak van een bol
(bijvoorbeeld van een planeet of van de hemelbol). Figuur 1
toont grootcirkel G en breedtecirkel B op een bol. Je kunt een
grootcirkel aan elk van de volgende eigenschappen herkennen:
- Een grootcirkel verdeelt het oppervlak van een bol in twee gelijke
delen.
- Een grootcirkel is de grootste cirkel die op de bol past.
- Als je steeds rechtuit over een bol loopt dan loop je over een
grootcirkel.
- Een grootcirkel heeft hetzelfde middelpunt C als de bol waar hij
op ligt.
- De kortste weg tussen twee punten, gemeten over de bol, is deel
van een grootcirkel.
Zo'n cirkel wordt ook wel een grote cirkel genoemd (in misschien
netter Nederlands), maar dat heeft in het dagelijkse leven een veel
ruimere betekenis (namelijk: cirkel van grote afmetingen) en dat kan
verwarring geven, dus gebruiken we hier grootcirkel.
Alle meridianen zijn grootcirkels. Breedtecirkels anders dan de
evenaar (bijvoorbeeld cirkel B in de figuur) zijn geen grootcirkels,
bijvoorbeeld omdat ze kleiner zijn dan de evenaar, die wel een
grootcirkel is.
Een grootcirkel geeft de kortste route als je met een vaste snelheid
ten opzichte van de grond beweegt, en ook (bij benadering) als je
snelheid niet vast maar wel altijd veel kleiner dan de draaisnelheid
van de bol bij zijn evenaar. Dit geldt bijvoorbeeld niet voor dingen
die buiten de dampkring rond de Aarde draaien.
2. Een grootcirkel door twee bekende punten
Stel, je wilt de kortste route van een stad P₁ naar een verre andere
stad P₂ op een kaart tekenen, en je weet van die steden wat hun
geografische lengtegraad en breedtegraad is. Dan kun je als volgt de
coördinaten van punten op die route uitrekenen:
- Noem de polaire coördinaten (lengtegraad en breedtegraad) van de
eerste stad \( l_1 \) en \( b_1 \) en die van de tweede stad \( l_2 \)
en \( b_2 \).
Fig. 2: Illustratie bij omrekening van polaire naar rechthoekige coördinaten

Reken de polaire coördinaten van de
eerste stad P₁ om naar de overeenkomstige cartesische (rechthoekige)
coördinaten \( x_1 \), \( y_1 \), \( z_1 \) (zie figuur 2):
\begin{align}
x_1 & = \cos l_1 \cos b_1 \label{eq:naarcartesisch}
\\ y_1 & = \sin l_1 \cos b_1
\\ z_1 & = \sin b_1
\end{align}
en net zo voor de tweede stad P₂.
Fig. 3: Illustratie van de hoekafstand tussen P₁ en P₂

Bereken de hoekafstand \( ψ \) (psi) tussen de
twee steden, gezien vanuit het midden van de Aarde (zie figuur
3):
\begin{equation} ψ = \arccos(x_1 x_2 + y_1 y_2 + z_1 z_2)
\end{equation}
-
Bereken de coördinaten van het punt P₃ op de grootcirkel dat 90° van
de eerste stad P₁ ligt in de richting van de tweede stad P₂ (zie
figuur 3):
\begin{equation} x_3 = \frac{x_2 - x_1 \cos ψ}{\sin ψ}
\label{eq:punt3} \end{equation}
en net zo met \( y \) of \( z \) in plaats van \( x \).
-
De cartesische coördinaten van de punten van de grootcirkel zijn dan,
als functie van de hoekafstand \( φ \) (phi) vanaf de eerste stad:
\begin{equation} x = x_1 \cos φ + x_3 \sin φ \label{eq:positie}
\end{equation}
en net zo met \( y \) of \( z \) in plaats van \( x \). Als \( φ = 0
\), dan ben je in de eerste stad. Als \( φ = ψ \), dan ben je in de
tweede stad.
-
De cartesische coördinaten \( x \), \( y \), \( z \) kun je dan weer
omrekenen naar polaire coördinaten \( l \), \( b \):
\begin{align}
b & = \arcsin(z) \label{eq:naarpolair}
\\ l & = \arctan(y,x)
\end{align}
De \( \arctan(y,x) \) met twee argumenten betekent dat je moet zorgen
dat het antwoord in het juiste kwadrant ligt. Het juiste antwoord is
óf \( \arctan\left( \frac{y}{x} \right) \), óf \( \arctan\left(
\frac{y}{x} \right) + 180° \), en je moet (in dit geval) de oplossing
kiezen die als cosinus \( x \) heeft en als sinus \( y \) (met de
juiste tekens).
Veel computertalen en computerrekenprogramma's hebben een
twee-argumentenversie van de arc-tangensfunctie, en veel rekenmachines
hebben een omrekenfunctie van cartesische naar polaire coördinaten die
je hiervoor kunt gebruiken.
Fig. 4: Grootcirkel door Amsterdam en San
Francisco
Bijvoorbeeld (figuur
4): Welk punt Q
ligt 1000 km vanaf Amsterdam (P₁, 52°22' noord, 4°54' oost) op de
kortste route naar San Francisco (P₂, 37°46' noord, 122°25' west),
aannemend dat de
Aarde een bol is met een straal van 6378 km? De
afstand per
graad over de bol is gelijk aan de straal maal \( π/180 =
0,017453292 \), dus op Aarde is dat 111,317 km per graad. We vinden:
- \( l_1 = 4,9° \); \( b_1 = 52,37° \); \( l_2 = −122,42° \); \( b_2
= 37,77° \)
- \( x_1 = 0,6083285 \); \( y_1 = 0,05215215 \); \( z_1 = 0,7919701
\); \( x_2 = −0,423791 \); \( y_2 = −0,6672729 \); \( z_2 = 0,6124933
\)
- \( ψ = 78,90289° \), dus San Francisco ligt \( 78,90289 × 111,317
= 8783 \) km van Amsterdam.
- \( x_3 = −0,5511833 \); \( y_3 = −0,6902162 \); \( z_3 = 0,4688268
\). Dit komt overeen met \( b_3 = 27,95817° \); \( l_3 = −128,6097°
\), wat een punt is in de oostelijke Grote Oceaan ten westen van
Mexico.
- 1000 km komt overeen met \( 1000/111,317 = 8,98335 \) graden, dus
\( φ = 8,98335° \). Dan zijn \( x = 0,5148008 \); \( y = −0,05626304
\); \( z = 0,8554617 \).
- \( b = 58,81077° \); \( l = −6,237153° \). Dit is een punt net
ten noorden van Schotland.
2.1. Alternatief
Er is een alternatief voor formule \ref{eq:positie}, waarbij je niet de
positie van het punt 3 hoeft uit te rekenen:
\begin{equation} x = \frac{x_1 \sin(ψ - φ) + x_2 \sin φ}{\sin ψ}
\end{equation}
en net zo met \( y \) of \( z \) in plaats van \( x \). Echter, punt
3 is wel nodig als je nog andere dingen van de grootcirkel wilt weten,
zoals je hieronder zult zien.
3. Een grootcirkel in een bepaalde richting door een bekend punt
Stel, je wilt weten waar je allemaal langs komt als je vanaf een
bepaalde stad in een bepaalde richting begint en alsmaar rechtuit
blijft gaan. We nemen aan dat je reist met een snelheid die veel
langzamer is dan de draaisnelheid van de Aarde bij de evenaar. Je
gaat dan langs een grootcirkel. Dan kun je de coördinaten van punten
op die route als volgt uitrekenen:
- Noem de polaire coördinaten (lengtegraad en breedtegraad) van de
stad \( l_1 \) en \( b_1 \), en de richting waarin je vertrekt \( γ
\), gemeten vanaf het zuiden naar het westen (dus zuid = 0°, west =
90°, noord = 180°, oost = 270°).
- Reken de polaire coördinaten van de stad om naar de
overeenkomstige cartesische (rechthoekige) coördinaten \( x_1 \), \(
y_1 \), \( z_1 \) volgens formules \ref{eq:naarcartesisch} e.v.
- Reken de cartesische coördinaten \( x_\text{zuid} \), \(
y_\text{zuid} \), \( z_\text{zuid} \) uit van het bijbehorende
zuidpunt met \( l_\text{zuid} = l_1 \); \( b_\text{zuid} = b_1 - 90°
\) als \( b_1 \) positief (dus in het noordelijke halfrond) is, en \(
l_\text{zuid} = l_1 + 180° \); \( b_\text{zuid} = −90° - b_1 \) als \(
b_1 \) negatief (dus in het zuidelijke halfrond) is.
- Reken de cartesische coördinaten \( x_\text{west} \), \(
y_\text{west} \), \( z_\text{west} \) uit van het bijbehorende
westpunt met \( l_\text{west} = l_1 - 90° \); \( b_\text{west} = 0
\).
-
Reken de cartesische coördinaten \( x_3 \), \( y_3 \), \( z_3 \) uit
van het grootcirkelpunt op 90° van de stad:
\begin{equation} x_3 = x_\text{zuid} \cos γ + x_\text{west} \sin γ
\end{equation}
en net zo met \( y \) of \( z \) in plaats van \( x \).
- Gebruik nu formules \ref{eq:positie} en \ref{eq:naarpolair}
e.v. om de gewenste cartesische en polaire coördinaten uit te
rekenen.
Stel, je begint vanuit Amsterdam (52°22' noord,
4°54' oost) recht naar het oosten te gaan en blijft alsmaar rechtuit
gaan. Als je dat 1000 km volhoudt, waar ben je dan?
- \( l_1 = 4,9° \); \( b_1 = 52,37° \); \( γ = 270° \)
- \( x_1 = 0,6083285 \); \( y_1 = 0,05215215 \); \( z_1 = 0,7919701
\)
- \( x_\text{zuid} = 0,7890756 \); \( y_\text{zuid} = 0,06764765 \);
\( z_\text{zuid} = −0,6105599 \)
- \( x_\text{west} = 0,08541692 \); \( y_\text{west} = −0,9963453
\); \( z_\text{west} = 0 \)
- \( x_3 = −0,08541692 \); \( y_3 = 0,9963453 \); \( z_3 = 0,7919701
\), dus in dit geval is elke cartesische coördinaat van punt 3 het
tegengestelde van de overeenkomstige coördinaat van het westpunt, wat
te verwachten was omdat we precies naar het oosten beginnen te
gaan.
- 1000 km komt overeen met 8,98335°, dus \( φ = 8,98335° \).
Daarmee vinden we \( x = 0,587529 \); \( y = 0,2070892 \); \( z =
0,7822556 \), en dan \( b = 51,46756° \); \( l = 19,41627° \). Dat is
een punt midden in Polen.
4. Het noordelijkste en zuidelijkste punt van een grootcirkel
Fig. 5: Noordelijkste en zuidelijkste punt op een grootcirkel

Als je van Amsterdam (P₁ in figuur 5) naar
San Francisco (P₂) of vice versa reist, dan ga je eerst een tijd naar
het noorden en daarna weer naar het zuiden. Alle grootcirkels behalve
de evenaar hebben een noordelijkst punt (PN) en een
zuidelijkst punt (PS). Je kunt die als volgt uitrekenen,
als je punten P₁ en P₃ op 90° afstand van elkaar op de grootcirkel
hebt, (bijvoorbeeld door formule \ref{eq:punt3} te gebruiken):
Bereken de hoekafstand van de eerste stad P₁ tot het eerste speciale
(noordelijkste of zuidelijkste) punt:
\begin{equation} φ_1 = \arctan\left( \frac{z_3}{z_1} \right)
\end{equation}
De hoekafstand van het tweede speciale punt is 180° groter (of
kleiner, dat is op een cirkel hetzelfde):
\begin{equation} φ_2 = φ_1 + 180° \end{equation}
Je kunt dan met formule \ref{eq:positie} de overeenkomende cartesische
coördinaten uitrekenen, en dan met formule \ref{eq:naarpolair} e.v. de
polaire coördinaten. Het is niet nodig om die coördinaten voor het
tweede speciale punt uit te rekenen, want dat punt ligt precies aan de
andere kant van de Aarde als het eerste speciale punt, dus zijn
cartesische coördinaten en zijn breedtegraad zijn gelijk aan die van
het eerste speciale punt maal −1, en zijn lengtegraad is 180° rond de
planeet vanaf het eerste speciale punt.
Voor de grootcirkel die door Amsterdam en San
Francisco gaat vinden we \( φ_1 = 30,62449° \); \( φ_2 = 210,62449°
\). De bijbehorende cartesische coördinaten zijn \( x = −0,2427036
\); \( y = 0,3067243 \); \( z = −0,9203343 \) voor \( φ_1 \) en \( x =
0,2427036 \); \( y = −0,3067243 \); \( z = 0,9203343 \) voor \( φ_2
\). De bijbehorende polaire coördinaten zijn \( b = 66,975° \); \( l
= −51,64627° \) voor \( φ_1 \) en \( b = −66,975° \); \( l = 128,3537°
\) voor \( φ_2 \). Het eerste punt ligt op Groenland, en het tweede
nabij de kust van Antarctica.
5. De evenaarspunten van een grootcirkel
Elke grootcirkel behalve de evenaar snijdt de evenaar in twee punten,
aangegeven als E_1 en E_2 in figuur 5. De lengtegraden van die
punten zijn 90° oostelijk en westelijk van elk van de noordelijkste en
zuidelijkste punten van de grootcirkel, waarvan de berekening
hierboven is uitgelegd.
Bijvoorbeeld, de grootcirkel die door Amsterdam
en San
Francisco gaat snijdt de evenaar op lengtegraden 38,3537° en
−141,64627°, in Kenia en de Grote Oceaan, respectievelijk.
Fig. 6: Grootcirkel op een wereldkaart

Figuur
6 toont alle relevante punten en de relevante grootcirkel uit
bovenstaande voorbeelden op een wereldkaart. Dit type wereldkaart
wordt vaak gebruikt maar is niet erg geschikt om de korste route (een
deel van een grootcirkel) tussen twee punten op de wereld te vinden,
want de meeste grootcirkels lijken op zo'n kaart krom te lopen, net
als de getoonde grootcirkel.
Het is niet mogelijk om een kaart van de wereld te maken waarop alle
grootcirkels recht lopen, maar wel kun je een kaart maken waarop
sommige grootcirkels recht lopen, bijvoorbeeld alle grootcirkels door
één punt. In Figuur 6 lopen alle grootcirkels door de
noordpool en zuidpool recht: dat zijn de meridianen. Ook de evenaar
is een grootcirkel en loopt op die kaart recht.
talen: [en] [nl]
http://aa.quae.nl/nl/reken/grootcirkel.html;
Laatst vernieuwd: 2016−02−07